Advertisement

Waar de stilte valt in het Hofpark van Wateringen

Maandagochtend hing er in het Hofpark in Wateringen een stilte die niet alleen door de bomen werd gemaakt, maar ook door wat mensen elkaars leven kunnen aandoen. Een steekincident, een sirene, een mens op weg naar het ziekenhuis. De lucht bleef grijs alsof ze wist dat woorden tekort zouden schieten. Tussen het natte gras en het knerpen van grind voelde de grond dun, alsof elke stap iets onthulde dat we liever niet zagen: hoe dicht nabij kwetsbaarheid altijd is.

Wateringen, een naam die even anders klinkt

In het nieuws past alles in één regel: slachtoffer gewond, verdachte aangehouden, relationele sfeer. Maar in het park blijft de echo langer hangen. Relationeel betekent niet alleen een relatie, het betekent draden: die door jaren heen geweven zijn, draden die rafelen, knopen die niemand meer loskrijgt. Ergens tussen een ruzie en een wanhoopsgreep verdwijnt de grens waar woorden het begeven en messen spreken. We willen begrijpen, maar begrijpen is soms slechts een ander woord voor controle.

De stilte na de sirenes

Na het blauwe licht blijft iets achter dat niet in processen-verbaal past. Een bankje dat niets meer zegt, een pad dat twee kanten op wijst, een telefoon die niet overgaat. Weerbarstige details die niet in cijfers te vangen zijn. Misschien is dat waarom parken zoveel bewaren: ze dragen onze schaduw mee, zonder verwijt. Het Hofpark ademt door, zelfs als wij onze adem inhouden. Ergens, achter lint en lijnen, ligt het begin van een lang herstel.

Tussen nabijheid en afstand

Wie ooit dicht bij een breuk heeft gestaan, weet dat de rand niet schreeuwt, maar fluistert. Dat we soms pas luisteren wanneer het te laat voelt. De politie noemt het relationeel; wij noemen het misschien huis, teleurstelling, een vraag die geen antwoord kreeg. In elk geval: twee mensen op een kruispunt, en wij die naar de kruising turen alsof er een bord moet staan met een betere route. Maar niemand leest elkaars binnenwegen.

En toch, tussen regen en routine, leren we iets: dat zorg een werkwoord is, en nabijheid een keuze die telkens opnieuw gemaakt moet worden. Iemand werd gewond, iemand werd aangehouden, en ergens werd een dag doormidden gesneden. Morgen zullen kinderen weer fietsen, zal het park opnieuw openen als een boek dat geduldig wacht. Misschien leggen we dan een hand lichter op elkaar, en luisteren we eerder, zodat het mes in de metafoor mag blijven, waar het geen wonden maakt. Voor altijd.