Er is een stilte die alleen vroeg in de ochtend bestaat, wanneer de straat nog ademt in halve zinnen en het scherm oplicht als een maan die te dicht bij is gekomen. Ik lees, ik scrol, ik zweef langs koppen die flikkeren als vuurvliegjes in een glas; gevangen en toch bewegend. In het bericht dat vanochtend rondging, proef ik een bekende smaak: de mengeling van feit en gevoel, van afstand en nabijheid. De wereld klopt aan, zacht maar volhardend, en ergens tussen mijn ribben probeert een vraag wortel te schieten: wat betekent het om mens te blijven in de snelle schaduw van het nieuws?
Wat de cijfers verbergen
Cijfers zijn het keurigste masker van de werkelijkheid. Ze liggen strak naast elkaar, decimaal na decimaal, alsof orde vanzelf geruststelt. Maar achter elke grafiek huist iemand die zijn adem inhield, een kamer die ruikt naar koffie en onzekerheid, een raam dat naar een lucht kijkt die niet weet van trends. Vanochtend leer ik opnieuw dat duiding een werkwoord is: je moet het doen met je hele lichaam, met je twijfels, met de traagheid die algoritmes niet kennen.
De dunne huid van de stad
Buiten veegt een vroege voorbijganger een vlek uit de dag, alsof de nacht een vergissing was. Regen laat glans achter op stoepen; alles lijkt helderder, kwetsbaarder. Het nieuws spreekt over systemen, maar de stad antwoordt met ademen, met voetstappen die de steen leren luisteren. Ik denk aan de smalltalk van stoplichten en aan brievenbussen die wachten op verhalen. Waar de berichtgeving lijnen trekt, zet het leven uitroeptekens van adem en zweet en zacht geformuleerde hoop.
Langzaam leren lezen
Misschien is het een oefening: traagheid in een tijd die hard vooruit wil. Ik lees het bericht opnieuw, maar nu als een kaart van schaduw en licht. Welke woorden maken geluid in mij? Welke blijven na resoneren wanneer ik het scherm sluit? Ergens tussen de regels ontspan ik mijn schouders, ik laat de haast van me afglijden als een jas die te warm was. Begrijpen is soms niets anders dan met aandacht aanwezig blijven.
En toch, er is een ritseling die niet wil bedaren: de wetenschap dat elk feit een deur is en niet een muur. Ik luister naar de rand van de zin, naar wat niet geschreven is en toch meekomt, als de geur van natte steen in de eerste zon. Misschien gaat het daarom: dat we leren horen wat zacht spreekt.
Wanneer ik eindelijk het scherm laat doven, is de kamer weer slechts kamer, maar de dag is veranderd. Het bericht is niet verdwenen; het rust als een steen in mijn jaszak, niet zwaar, wel aanwezig. Ik stap naar buiten met een langzamer hart en een nauwkeuriger blik, en de stad lijkt terug te knikken: ga, maar ga aandachtig. Niet om te ontsnappen aan het nieuws, maar om het te dragen zonder eraan verloren te gaan.


















