Vanmorgen, toen het nieuws zijn manier vond om de dag binnen te glijden, legde ik mijn hand op het aanrecht. Niet om het gewicht van de wereld te dragen, maar om te voelen of de stilte nog bestond. Buiten schraapte iemand de stoep; vogels stootten haastige komma’s uit de lucht. Ergens piepte een lift als een vermoeide viool. In die kleine geluiden klopte een groter verhaal, dat niet alleen in cijfers en citaten past, maar in adem, in het knikken van een buur die je blik begrijpt.
De ruis en de reden
Het nieuws is een rivier die nooit moe wordt, een taal die zichzelf voortdurend herschrijft. Vandaag bracht het iets dat tegelijk nabij en ongrijpbaar voelde—een herinnering dat wat wij zeker achten, op losse scharnieren draait. Ik merkte hoe mijn schouders zich aanspanden bij elk nieuw detail, hoe mijn gedachten de gaten wilden vullen met verklaringen en lijm. Maar misschien vraagt dit moment niet om sluitende antwoorden; misschien nodigt het uit om te luisteren naar wat niet wordt gezegd, naar de nerven achter de stem.
Wat blijft
In elke breuklijn ligt ook een patroon. We bouwen onze dagen als stapelstenen: koffie, agenda, grappen in de gang, het bericht dat rondgaat, een zucht, een trilling van telefoons. Tussen die kleine rituelen verschuift er iets, bijna onmerkbaar, en toch met gevolgen voor hoe we elkaar aanspreken. Ik dacht aan de mensen die ik vandaag nog bellen wil, aan de straat die ik trager zal lopen, met het besef dat we elkaar dragen in het voorbijgaan—zonder te weten wanneer dat gebeurt.
Tussen mens en moment
Misschien is aandacht onze meest bescheiden vorm van moed. Niet de schreeuw, maar de blik die blijft hangen; niet het oordeel, maar de vraag die ruimte openlaat. Als de dag zich vernauwt tot koppen en grafieken, kunnen we hem uitvouwen door het detail te zien: een jas die om schouders wordt gelegd, een deur die openblijft, de lach die ondanks alles door een kamer glijdt en landt als licht op hout.
Een zachte opdracht
Laten we vandaag iets kleins doen dat standhoudt. Een zin minder snel, een stap minder hard, een gebaar dat niet meetbaar is en toch onthouden wordt. Want achter het nieuws, hoe luid of stil het ook verschijnt, leeft een eenvoudig verhaal: wij, met onze onhandige goedheid, onze angst die handen zoekt, onze bereidheid om opnieuw te proberen. Als we die draad vasthouden, wordt de dag niet lichter, misschien, maar wel waarachtiger—soms precies genoeg om verder te gaan.

















