Ik lees het bericht nog eens, langzaam, alsof de zinnen breekbaar glas zijn. Het nieuws is nooit slechts een feit; het is een echo die door kamers loopt waarin we denken en ademen. Er zijn cijfers, getuigen, een tijdlijn die zich vastklampt aan de klok. Toch is er ook stilte, dat zachte wit tussen de regels waarin we proberen te begrijpen wat dit met ons doet. Buiten valt een dunne regen; op de stoep kleven natte kranten, de inkt loopt uit, de contouren vervagen, en ineens lijkt de stad zelf te fluisteren.
Tussen regels en adem
Wat het nieuws met ons maakt
Ik vraag me af wie ik was vóór deze melding, en wie ik ben erna. Soms lijkt informatie op licht dat te fel door een kamer valt: je knippert, je knijpt je ogen half dicht, en alles krijgt harde randen. Maar een mens is geen kop, geen bulletpoint. Een mens is omkadering, adem, herinnering. Terwijl ik de woorden herlees, denk ik aan een naam die ik nooit zal kennen, aan een straat die nu anders ruikt, aan de trilling van een telefoon die langer nazindert dan het bericht zelf.
De dunne lijn tussen feit en gevoel
Ergens tussen de objectieve zinnen en mijn kloppende hart zit een onzichtbare redacteur die schrapt en toevoegt. Ik vul gaten met herinneringen, ik leg accenten op plekken waar mijn angst of hoop het wil. Misschien is dat wat nieuws doet: het schetst de contour, en wij kleuren hem in, met de schrale verf van ons verleden. Ik denk aan de manier waarop stilte kan spreken, hoe een camerastandpunt kan buigen, hoe woorden als ‘nog’ en ‘weer’ een hele geschiedenis laten meetrillen in één alinea.
Een stad die luistert
Op het plein voor mijn raam klapt iemand een paraplu dicht. Het water parelt op asfalt, reflecties breken in scherven van licht. In een winkel hangt een televisie zonder geluid; monden bewegen, onderschriften schuiven, en toch begrijp ik genoeg. We zijn geen toeschouwers, we zijn meespelers, zachtjes aangeraakt door iets dat groter is dan onszelf. Het nieuws is de aanleiding, maar de uitkomst gebeurt in ons: hoe we elkaar aankijken, hoe we langzamer lopen, hoe we even, heel even, ja zeggen tegen aandacht.
Vanavond leg ik mijn telefoon omgekeerd neer. Ik luister naar de verwarming die aanslaat, naar voetstappen op de gang. Niet om weg te kijken, maar om dieper te zien. Morgen zal er nieuw nieuws zijn; vandaag laat ik dit bericht uitvouwen tot adem, totdat het niet schreeuwt maar simpelweg aanwezig is.


















