Advertisement

Wanneer de lichten doven: een stad die zichzelf onthult

Ik las een nieuwsbericht over een stad die, even, het geruis van zichzelf verloor: een stroomstoring, ramen die donker werden als ogen die besloten te rusten. In die schemering, schreef men, begonnen kleine dingen te spreken: het tikken van een vork, het gefluister in trappenhuizen, een lucifer die een cirkel van warmte tekent. Geen ramp, slechts stilte die ruimte maakte tussen mensen en muren. Terwijl ik las, werd mijn adem langzamer, alsof de stad, ver weg, in mij werd uitgeschakeld en ik kon luisteren.

Wat blijft wanneer het lawaai dooft

Misschien horen we betekenis pas wanneer motoren zwijgen. Het stuk beschreef portieken waar onbekenden elkaars namen proefden, een hond die niet meer naar sirenes blafte, kaarslicht dat gezichten teruggaf. Hoe kwetsbaar gewoontes zijn, hoe elk apparaatje een sluier van ruis over de dag legt. En toch, onder die sluier klopt een trage puls: het ritme van voetstappen op treden, het geduld van water dat de ketel nog niet kent.

De zachte infrastructuur van nabijheid

Er was een vrouw, stond er, die soep maakte voor de verdieping; iemand droeg een zaklamp als een vuurtoren. Geen protocol, slechts het vermogen om te zorgen. Het bericht gaf cijfers en tijdstippen, maar tussen de regels trilde iets onmeetbaars: de elasticiteit van gemeenschap. Misschien vergeten we dat in het tempo van melding na melding: nabijheid is geen app maar een spier, sterker wanneer we haar gebruiken, stijf wanneer we haar laten rusten.

Tijd als een langzaam vallende sneeuw

Zonder schermen die alles versnellen, valt tijd als sneeuw: ieder vlokje zichtbaar, elk moment afzonderlijk te dragen. Sommigen klaagden over gemiste afspraken; anderen schreven dat ze voor het eerst het ritme van regen hoorden. Ik stel me voor hoe de nacht zijn eigen leiding nam en de stad opnieuw stemde. Misschien is dat de kern: we zijn niet alleen gebruikers van licht, we zijn ook leerlingen van donkerte.

Na de herstart

Toen de stroom terugkeerde, kwam de zoemtoon mee die we normaal niet meer horen. Ramen werden weer schermen; de stad nam zijn snelle adem. Maar wie luisterde, droeg iets mee uit die pauze: een dun draadje aandacht, genoeg om een dag bijeen te houden. Ik vouw het bericht dicht en zet een glas water neer. Misschien is dit wat blijft: zelfs met alle lichten aan, nu en dan één schakelaar in onszelf omzetten, leven in het zachte halfdonker.