Advertisement

Nachtbreuk in Honselersdijk: tussen echo en getuigenis

De nacht hield haar adem in boven Honselersdijk, alsof het dorp even niet wist hoe verder te ademen. Tussen de kassen en gevels trilde de stilte, dun als glas, tot een korte dreun haar brak. Op de Stompersdijk, later op de Fazantlaan, rezen schrikgolven op uit het asfalt, onzichtbaar maar hoorbaar in elke keel. Ramen zogen het geluid naar binnen en lieten het achter als koude tocht. Het was het soort moment waarop tijd zijn rug kromt en het licht van straatlantaarns een stap terug doet.

Wat blijft na het geluid

Daarna volgt de inventaris van angst: een scheur in de slaap, een belletje naar beneden, gordijnen die als beschutting voelen en ineens vragen beginnen te stellen. De politie komt, blauw en rood veegt door de randen van tuinen, en het dorp probeert te begrijpen wat er is gecorrigeerd in de nacht. Onderzoek weeft linten door straten, en het woord getuige hangt als een open raam in de lucht. Wie zag een fiets te snel, wie hoorde schoenen tikken, wie kent de stilte net vóór de klap?

Twee plaatsen, één rimpeling

Op de Stompersdijk ligt nu een woordeloos gesprek tussen baksteen en lucht. Op de Fazantlaan kleeft het echoën nog aan de heggen, alsof de bladeren iets achterhielden dat niet van hen was. Men wijst zacht, men praat gedempt, en iemand roert suiker in de koffie tot de lepel het ritme van de vraag vindt. Waarom precies daar, en waarom precies nu, tussen woensdag en donderdag, wanneer de meeste dromen nog onschuldig waren?

Een oproep in de schemer

De politie vraagt wie meekeek met de nacht, wie iets kleins zag dat nu groot kan blijken. Een kenteken dat even stotterde onder natte straatlichten, een brom van een motor die niet bij het uur paste, een figuur dat sneller liep dan het hart. Informatie is soms een kruimel op de vensterbank: te licht om op te vallen, tot je weet waar het brood vandaan kwam. Laat het vallen in veilige handen; onderzoek is een trage lamp die des te verder reikt wanneer meer mensen haar dragen.

Misschien is dit hoe een dorp leert luisteren: door het trillen in zijn ruiten, door namen die zich nog niet vormen maar wel bewegen. Als de ochtend straks helder wordt, zal het licht de rafels tonen. Getuigenis is dan geen gewicht maar een brug, waarover we voorzichtig terugkeren naar vertrouwen. En samen ademen we door.