Er zijn van die ochtenden waarop een bericht het licht binnensnijdt alsof iemand een gordijn te snel opentrekt. De kamer is dezelfde, de lucht ook, maar iets in de temperatuur van je adem verschuift. Je leest, je staart, je zet de melding weg en toch blijft ze, als een kloppend litteken onder de huid van het uur. Wat verandert werkelijk, en wat verandert enkel in ons?
Wat blijft na de flits?
Een kop is bliksem: fel, recht, onverbiddelijk. Maar het zijn de schaduwen erna die ons tekenen. In de stilte die volgt hoor ik vaak pas het echte bericht, het deel dat niet is gedrukt of gesproken maar dat tussen lijnen hangt. De dunne draad tussen pushmelding en hartslag, tussen feiten en de trage, eigen waarheid die we ertegenover houden.
We willen rennen naar oordeel, een veilig eiland in een roerige zee. Maar misschien vraagt dit moment om drijven, niet om landen. Om de stroom te voelen in plaats van hem te benoemen. Hoeveel nieuwsmomenten draag jij met je mee als kiezeltjes in je zak, zwaar genoeg om je houding te buigen zonder dat je het merkt?
Tussen ruis en resonantie
Er is ruis die zich verkleedt als urgentie, en er is resonantie die zacht blijft maar niet wijkt. De ruis schreeuwt om ruimte, tikt op je schouder, trekt aan je mouw. De resonantie kiest je stilte, vult haar uit tot een kamer waar je even kan zitten. Niet alles wat scherp klinkt is snijdend; niet alles wat zacht is, is onschuldig. Soms vertelt het lichaam je beter dan het hoofd wat mag blijven hangen.
Ik merk hoe mijn aandacht een instrument is dat gestemd moet worden, elke dag opnieuw. Een vroege wandeling, de geur van koffie, het ritueel van langzaam lezen: het zijn geen vluchtpogingen, maar manieren om de snaar te vinden die niet scheurt wanneer het nieuws aanslaat.
Een kleine praktijk van aandacht
Lees één keer snel om te weten, en nog eens langzaam om te voelen. Leg het scherm neer. Schrijf drie zinnen: wat raakt me, wat vrees ik, wat kan ik doen dat kleiner is dan een opinie maar groter dan stilte? Bel iemand. Deel niet om te bezitten, maar om te begrijpen. Laat ruimte over in je zin, zodat morgen er nog in past.
Misschien is dit de echte opdracht van de dag: niet het vangen van het grote verhaal, maar het behoeden van het kleine, bewegende midden. Waar we niet verstenen in standpunt, en toch niet oplossen in onverschilligheid. Waar we elkaar vinden, licht gebogen naar elkaar toe, luisterend naar die ene toon die blijft trillen als het nieuws weer verdergaat.

















