Ik las een vluchtig bericht en voelde hoe de dag een fractie kantelde. Niet door de details—die dwarrelen als stof in licht—maar door de onderstroom, dat stille verschuiven dat je pas merkt wanneer je adem even hapert. Nieuws komt als regen op warme stenen: het sist, verdampt, maar laat een geur die blijft hangen, een herinnering aan wat we dachten te weten.
Een trilling in de dag
Het bericht zei weinig en toch alles: een verschuiving aangekondigd in sobere zinnen, een kaart zonder legenda. Ik las het opnieuw, luisterde naar het wit tussen de regels. Daar, in de tussenruimte, verscheen mijn eigen stem, die vroeg hoe verandering werkelijk klinkt wanneer niemand applaudisseert, wanneer alleen de vloer een tikje kraakt onder nieuwe stappen.
De trilling van het nieuws
Misschien is nieuws niet wat er gebeurt, maar wat er in ons resoneert. Het legt een raster over de dag, lijnen die we volgen met de vinger, zoekend naar een richting die geen kompas nodig heeft. Buiten trekt het licht zich lang uit over gevels, en ik denk aan alle kleine besluiten die onzichtbaar verschuiven, bijna geruisloos.
Tussen feiten en stiltes
Wat niet geschreven werd, blijft misschien het luidst spreken. In het ontbreken groeit verbeelding: we vullen open plekken met zorg, met angst, met hoop. Ik merk hoe mijn aandacht langzamer wil worden, hoe stilte richting geeft als water dat beddingen vindt. Tussen oorzaak en gevolg ligt een ademteug die vraagt om geduld, om een zachtere blik.
Wat blijft
In de stad merk ik hoe geluiden elkaar corrigeren: een tram die piept, een raam dat sluit, een lach die ergens tegen baksteen spat en terugkeert als fluistering. Het bericht beweegt intussen door gesprekken als een steen door water, steeds kleiner wordende kringen die nog altijd natte randen achterlaten. Ik vraag me af of mildheid een vorm van dapperheid is, of wachten een werkwoord dat we opnieuw moeten leren. Want in elke update schuilt ook een uitstel, en in elk uitstel een kans om preciezer te kijken. Zo wordt aandacht een kom: niet om te bewaren, maar om te dragen zonder over te lopen. Langzaam, helder, dichtbij, als adem, alleen.
Blijven is ook bewegen, alleen in kleiner schrift. Ik zet het scherm uit en luister naar het huis: pijpen die suizen, het raam dat ademhaalt. Buiten rolt een fiets voorbij; ergens waait een krant op, schurend over stoepstenen als een lichte herinnering. En ik besluit dat mijn handelingen vandaag de marge zullen schrijven waar het bericht zijn rust kan vinden.


















