In de stille uren tussen woensdag en donderdag, wanneer december zijn adem inhoudt, werd de Coldenhovelaan in Maasdijk een corridor van licht en vragen. Blauwe en rode weerkaatsingen trokken over nat asfalt als ademhalingen die even aarzelden, en in die flitsen verloor een automobilist zijn weg, en wij allemaal een stukje houvast. De nacht weet veel, maar zegt weinig; wat rest is het zachte knarsen van onderzoek en de hoop dat iemand, ergens, iets gezien heeft.
De stilte na de sirenes
Elke weg draagt verhalen, maar sommige worden abrupt afgebroken. Het zijn de zinnen zonder punt, de voetstappen die niet meer terugkeren. In het duister hoor je de herinnering praten: aan kerstlicht dat in ramen danst, aan ritten die routine leken, aan beloften die onderweg waren. En toch, daar op die laan, stokte de tijd. Wat volgt is een omzichtig weven van feiten en fragmenten, een zoeken naar richting in de schaduw van een kruispunt.
We kennen deze polders, deze lijnen tussen kassen en water, als onze eigen hand. En misschien is het juist daarom dat het schrijnender voelt: dat een bekende weg plots een drempel wordt tussen toen en daarna. De regen maakt alles glanzend en glad, ook de gedachten. Je vraagt je af hoe dun de draad was, hoe een seconde het verschil kan maken tussen thuiskomen en blijven steken in de nacht.
Wie het gezien heeft
De politie vraagt om ogen die de nacht hebben gedeeld. Ben je in de nacht van woensdag 24 op donderdag 25 december over de Coldenhovelaan gereden? Heb je iets opgemerkt, hoe klein ook—een onverwachte rem, een schaduw die verschoof, koplampen die anders leken? Ook dashcambeelden die toevallig meeliepen kunnen spreken waar woorden zoeken. Het zijn vaak de kleine plooien in een herinnering die het tapijt van de waarheid gladstrijken.
Getuigenissen zijn meer dan notities; het zijn bakens die een verhaal terug op koers kunnen zetten, die nabestaanden en gemeenschap een zorgvuldige waarheid schenken. Als je iets weet, laat het dan niet in de nacht achter. Deel het. Laat je waarneming de brug zijn die we met elkaar nodig hebben.
De weg die we delen
Verkeersveiligheid is geen bord langs de kant; het is iets wat we samen dragen. We delen asfalt zoals we lucht delen, met aandacht, geduld en de erkenning dat een rotonde of rechte laan altijd ook de keuze is om even langzamer te zijn. Misschien is dat wat deze nacht ons influistert: dat we in de drukte van december ook de kwetsbaarheid van een mens mogen meenemen, alsof het breekbaar glas is dat we behoedzaam door de duisternis dragen.
En terwijl de ochtend straks de plooien van de nacht gladstrijkt, blijft de vraag zacht naast ons lopen: wat betekent het om onderweg te zijn, en voor elkaar een veilige plek te laten in de stroom? Wie iets weet, mag spreken. Wie niets weet, mag luisteren. En wie verder rijdt, mag dat doen met de tedere vastberadenheid dat elke weg, hoe bekend ook, nieuw respect verdient.

















