Advertisement

Tussen kop en stilte: een ochtend die luistert

De ochtend schuift onder de deur door als de rand van een krant. Meldingen lichten op als vuurtorens die te dicht bij de kust staan. Ik adem, tel de ademhalingen tussen twee koppen in, luister naar het zachte tikken van regen op het kozijn. Ergens, zeggen ze, is er iets gebeurd dat groter is dan de kamer waar ik in sta. Maar voordat het een verhaal wordt, is het een rimpel in water, een schaduw die de tafel oversteekt, de belofte dat betekenis niet alleen in volume, maar in richting schuilt.

Tussen flits en echo

Het nieuws van vandaag beweegt als een zwerm spreeuwen: scherp, collectief, onnavolgbaar. Eén bericht draait, een ander duikt, en ik voel hoe mijn gedachten de vorm ervan proberen te volgen. Wat is nabij als alles tegelijk naar binnen wil? Ik leg mijn hand op het hout, voel de koelte van het oppervlak, en kies een enkel woord om aan vast te houden. Niet om de wereld kleiner te maken, maar om een binnenplaats te openen waar je kan staan zonder te schuilen.

Misschien is het precies dat wat we leren: de pauze verzorgen. De spatie tussen “nu” en “straks” niet vullen met ruis, maar met de zachtheid van vragen die geen haast kennen. Wie zijn we wanneer de sirenes zijn weggeëbd? Welk weefsel van kleine daden houdt de dag bijeen als de headlines uitgedoofd zijn? In de keuken roert iemand in een pan; buiten tilt een fietser zijn gezicht op naar de regen. Het zijn bewegingen met een stille ondertitel.

De schaal van een ademhaling

We verschuiven constant tussen werelden: de kaart die inzoomt op een continent, en vervolgens op een straat, op een sleutel die het slot vindt. Het grote nieuws raakt het kleine leven zoals wind een gordijn vindt en het zacht laat golven. Ik denk aan handen die elkaar vinden zonder camera, aan een blik die blijft hangen tot de stilte instemt. Het zijn manieren van weten die niet oplichten, maar opwarmen.

Wat blijft bewegen

Taal is een trap die we afdalen om water te horen. Sommige woorden worden steen, andere blijven rivier. Vandaag kies ik voor die laatste, voor zinnen die niet afsluiten maar openvouwen. Wanneer ik het scherm neerleg, blijft de regen hetzelfde alfabet schrijven op het glas. Ik lees mee, letter voor letter, en laat de dag zich uitspreken in zijn eigen tempo. Wat ik meeneem is geen antwoord maar een houding: een blik die zachter is dan angst, en vastberadener dan haast.