Ergens tussen de laatste glazen in de keuken en het eerste krieken van de maandag hing de nacht boven Monster als een dun gordijn. Rond 0.20 uur brak er aan de Oudenborch iets in die stof: korte, schuwe klanken die leken op schoten, abrupt en vies in hun scherpte. Niemand raakte gewond, zeggen de berichten, maar de lucht zelf leek even te huiveren. Het is vreemd hoe geluid kan blijven hangen, hoe een echo langer in een straat kan wonen dan de mensen die het hoorden, en hoe, na het opdwarrelen, de stilte opnieuw haar plaats probeert te vinden.
De nacht die even brak
De politie onderzoekt wat er is gebeurd en zoekt getuigen. Dat zijn woorden die we te vaak lezen, en toch voelen ze hier nabij, als een hand op de schouder: Wie zag iets, wie hoorde iets, wie merkte een auto, een beweging, een blik die niet paste? Achter gordijnen die lichtloos leken, zaten misschien ogen die wakker werden van een rilling in de tijd. De vragen bewegen zich als zachte golven door de straat, ze tikken aan deuren, ze zoeken een mond die durft te zeggen: dit is wat ik me herinner.
Oudenborch als kruispunt van verhalen
Oudenborch is op een doordeweekse avond een verzameling ritmes: een lamp die uitgaat, een kat die de stoep snijdt, het verre geruis van de kust. In zo’n weefsel kan een enkel moment de draden even doen trillen. Je ziet het in het blauw van zwaailichten dat tegen ramen slaat, in de zorgvuldigheid waarmee lint een grens trekt die eerder niet nodig was. Tussen baksteen en struikgewas ligt dan ineens een zin die nog niet af is, een komma van plastic en knoop, die vraagt om getuigenis, om een stem die verder schrijft.
Wat we delen als het donker wordt
Getuigen is ook zorgen: voor elkaar, voor de straat, voor de mogelijkheid dat we elkaars stilte bewaken. Soms is herinneren geen zekerheid maar een contour, een schaduw die pas vorm krijgt wanneer je haar benoemt. De politie vraagt om delen, en delen is vertrouwen dat het kleine ertoe doet: de richting van een voetstap, de duur van een motor die stationair liep, een kleur die je niet helemaal zeker weet. Misschien is dat hoe we samen leven met nachten die even barsten: door te spreken, zacht, en de stilte terug te brengen, niet als vergeten, maar als belofte. Morgenochtend zal het licht weer over de stoepen vallen, en toch zal het ons aan elkaar herinneren, zachtjes, opnieuw.


















